Low-code is een methode van softwareontwikkeling waarmee u applicaties bouwt met visuele interfaces, standaardcomponenten en zo min mogelijk handgeschreven code. In plaats van alles vanaf de basis te programmeren, stelt u een groot deel van de applicatie samen met grafische bouwstenen.
Daardoor kan software sneller worden ontwikkeld en is minder specialistische programmeerkennis nodig. Dat maakt low-code interessant voor ondernemers en directies die processen willen digitaliseren, maar niet voor iedere toepassing een volledig ontwikkelteam willen inzetten.
Hoe werkt low-code?
Bij traditionele softwareontwikkeling schrijft een programmeur de benodigde code grotendeels zelf. Bij een low-codeplatform werkt u meer vanuit een visuele omgeving. Denk bijvoorbeeld aan het ontwerpen van schermen, het koppelen van databronnen en het inrichten van workflows met behulp van visuele elementen.
Een deel van de techniek wordt daarbij door het platform geregeld. Waar nodig kan vaak nog steeds eigen code worden toegevoegd. Dat is meteen een belangrijk verschil met no-code.
Bij no-code wordt een applicatie in principe volledig zonder programmeren gebouwd. Low-code biedt daarentegen ruimte om met beperkte hoeveelheden code maatwerk toe te voegen. In de praktijk lopen beide begrippen overigens deels in elkaar over: veel moderne softwareplatforms proberen de hoeveelheid benodigde code zo klein mogelijk te maken.
De geschiedenis van low-code
De term low-code is relatief jong en werd rond 2014 populair. Het achterliggende idee is echter veel ouder.
Al in 1982 voorspelde de Britse informaticus James Martin dat de vraag naar software groter zou worden dan het beschikbare aantal programmeurs. In zijn boek Application Development Without Programmers beschreef hij het idee van systemen waarmee ook niet-programmeurs software konden ontwikkelen.
In de jaren negentig werd softwareontwikkeling steeds visueler. Met ontwikkelomgevingen zoals Visual Basic konden ontwikkelaars bijvoorbeeld schermen, knoppen en andere elementen visueel ontwerpen en daar vervolgens logica aan koppelen.
Moderne low-codeplatforms bouwen op dat principe voort. De focus ligt niet alleen op sneller programmeren, maar ook op het visueel modelleren van bedrijfsprocessen, data en gebruikersinterfaces.
Voorbeelden van bekende low-codeplatforms zijn Mendix en Microsoft Power Apps. Mendix werd al in 2005 opgericht, dus voordat de term low-code breed werd gebruikt.
Low-code versus no-code
De begrippen low-code en no-code worden vaak door elkaar gebruikt, maar er is een belangrijk verschil.
Low-code: u bouwt grotendeels visueel, maar kunt waar nodig eigen code gebruiken.
No-code: u bouwt de applicatie zonder zelf code te schrijven.
Traditionele softwareontwikkeling: ontwikkelaars hebben veel meer vrijheid om de software volledig zelf te programmeren.
Low-code zit daarmee tussen no-code en traditioneel programmeren in. Dat maakt het vooral interessant wanneer snelheid belangrijk is, maar volledige flexibiliteit ook gewenst blijft.
Wat is het verschil tussen low-code en vibe coding?
Low-code wordt ook regelmatig vergeleken met vibe coding. Hoewel beide methoden softwareontwikkeling toegankelijker kunnen maken, werken ze fundamenteel anders.
Bij vibe coding gebruikt u AI om software te genereren op basis van opdrachten in gewone taal. U beschrijft bijvoorbeeld welke functionaliteit u wilt en een AI-model genereert vervolgens de benodigde code.
Bij low-code werkt u binnen een vooraf ingericht platform. U bouwt de applicatie met bestaande componenten en modellen en richt zelf de processen, gegevens en logica in.
Het verschil zit dus vooral in de manier waarop de software wordt samengesteld: low-code is platform- en componentgericht, terwijl vibe coding sterk draait om AI-gegenereerde code.
Voordelen van low-code
Voor ondernemers en directies kan low-code interessant zijn om verschillende redenen. Doordat veel onderdelen al beschikbaar zijn, hoeft niet alles vanaf de basis te worden ontwikkeld. Hierdoor kunt u sneller een applicatie, prototype of MVP realiseren. Een low-codeplatform neemt een deel van het programmeerwerk uit handen. Daardoor kunnen ook medewerkers met beperkte programmeerkennis bijdragen aan softwareontwikkeling.
Low-code leent zich goed voor het ontwikkelen van prototypes. U kunt relatief snel onderzoeken of een applicatie, proces of functionaliteit daadwerkelijk waarde toevoegt voordat u grote investeringen doet. Voor organisaties kan low-code een praktische manier zijn om bijvoorbeeld interne workflows, formulieren, dashboards of eenvoudige bedrijfsapplicaties te digitaliseren.
Nadelen van low-code
Low-code is geen oplossing voor ieder softwarevraagstuk. Er zijn ook belangrijke aandachtspunten.
U werkt binnen de mogelijkheden van het gekozen platform. Daardoor kan het lastiger zijn om zeer specifieke functionaliteit te realiseren dan wanneer u software volledig zelf ontwikkelt. Er is dus minder ruimte voor maatwerk. De snelle ontwikkeling betekent ook niet automatisch dat low-code goedkoper is. Veel platforms werken met licenties die bijvoorbeeld afhankelijk zijn van het aantal gebruikers of de gebruikte functionaliteit. Een applicatie die binnen een organisatie sterk groeit, kan daardoor ook steeds duurder worden.
Een belangrijk bijkomend risico is vendor lock-in. De applicatie is gekoppeld aan het platform waarop deze is gebouwd. Migreren naar een ander platform kan daardoor ingewikkeld, kostbaar of in sommige gevallen praktisch onmogelijk zijn. Ook de doorontwikkeling en toekomst van uw applicatie zijn hierdoor deels afhankelijk van de leverancier. Veranderingen in prijzen, functionaliteiten of licentievoorwaarden kunnen daardoor gevolgen hebben voor uw organisatie.
Is low-code geschikt voor uw organisatie?
Low-code is vooral interessant wanneer u snel software wilt ontwikkelen, processen wilt digitaliseren of een idee eerst wilt testen. Voor relatief gestandaardiseerde bedrijfsprocessen kan het een efficiënte oplossing zijn.
Voor complexe software met zeer specifieke eisen kan traditionele softwareontwikkeling juist meer vrijheid bieden.
De belangrijkste vraag is daarom niet of low-code beter is dan traditioneel programmeren. De vraag is welke ontwikkelmethode het beste past bij uw applicatie, organisatie en langetermijnstrategie.
Low-code kan een sterke versneller zijn, maar de keuze voor een platform verdient net zoveel aandacht als de ontwikkeling van de applicatie zelf.
